Ingrediënten voor 4 personen:
6 konijnfilets
200 g gezouten spek
1 ui
2 wortelen
1 stengel selder
2 teentjes knoflook
enkele takjes tijm
enkele takjes rozemarijn
2 el tomatenpuree
2 blaadjes laurier
500 ml rode wijn
800 g gepelde tomaten uit blik
250 g bladerdeeg
1 ei
olijfolie
peper en zout
boter

Bereidingswijze
Snijd de konijnfilets in stukjes. Snijd het spek in reepjes. Snijd de selder en de wortelen in kleine blokjes, snipper de ui.
Bak het vlees in olijfolie goudbruin. Schep het vlees uit de pan. Doe de groenten samen met de geperste look en de tomatenpuree in de pan en laat enkele minuten al roerend meestoven. Giet er eventueel nog wat olie bij. Voeg het vlees opnieuw toe, giet er de rode wijn bij en roer alle aanbaksels los met een houten lepel. Laat 10 minuten pruttelen op een zacht vuur.
Voeg de verse kruiden en de laurier toe en kruid met peper en zout. Doe er de gepelde tomaten bij en schep alles om. Laat de ragout 3 uur sudderen op een laag vuur. Verwarm de oven voor op 190 °C.
Vet 8 muffin- of pasteivormpjes in met boter. Rol het deeg uit, steek er 8 rondjes uit van 11 cm en bekleed er de vormpjes mee. De deegranden mogen iets boven de vorm uitkomen. Rol het resterende deeg terug uit en steek er 8 deksels uit van 8 cm.
Vul de vormpjes met de ragout tot net onder de rand. Maak de deegranden nat met een beetje water, leg de deegdeksels over de vulling en druk met een vork goed op elkaar. Maak een kleine inkeping in de deegdeksels. Klop het ei los en bestrijk er het deeg mee. Bak de pasteitjes in 20 minuten goudbruin. Laat minstens 10 minuten afkoelen in de vorm. Serveer met sla.