Klik hier, scan en ontdek meer

Tuinliefhebbers kunnen zicht het hele jaar door uitleven in het groen. Elke maand vraagt jouw tuin op een andere manier aandacht. Wij maakten per maand een handig overzicht waarmee je op het juiste moment de juiste bloembollen plant en ze de nodige aandacht geeft.

Door: Cecilia Debacker / foto’s: iBulb

April

  • Kijk eens goed rond in je tuin en noteer welke voorjaarsbollen – narcissen, hyacint, tulp,… – het goed doen en welke niet, en waar je tuin nu nog wat kleur mist. Zo weet je wat je in het najaar moet kopen.
  • Verwijder de uitgebloeide bloemhoofdjes van narcissen en de uitgebloeide bloemstengels van hyacinten.
  • Begin in de tweede helft van de maand met het planten van zomerbollen: dahlia, lelie, bloemriet, kuiflelie, knolbegonia…

Mei

  • Breek de uitgebloeide bloemhoofdjes van tulpen en narcissen af.
  • Slakkenalarm! Als de allereerste malse scheutjes van de dahlia’s boven de grond komen piepen, zijn de slakken er als de kippen bij. Strooi ecologische slakkenkorrels en herhaal dat elke maand.
  • Laat het blad van uitgebloeide narcissen, hyacinten en tulpen staan: de bollen halen er hun voedsel uit voor volgend jaar. Vind je dat maar een slordig gezicht? Leg een knoop in het blad of maak er een vlechtje van.
  • Laatste kans om nog zomerbollen te planten. Kies daarbij voor begonia’s een beschutte plek uit de wind: de broze stengels breken nogal gemakkelijk.
  • Heb je in maart al dahliaknollen in potten binnenshuis geplant? Dan kunnen ze nu naar buiten. Zet ze in potten op het terras of plant ze uit in volle grond.

Juni

  • Zet een plantensteun bij hoog opgroeiende dahlia’s. Of haal de top uit de bloeistengel: ze blijven dan compacter en steviger.
  • Geef ook hoog opgroeiende en topzware lelies een steuntje.
  • Raar maar waar: verwijder de eerste bloemen van de begonia’s. De planten varen er wel bij en gaan (nog) uitbundiger bloeien.
  • Controleer lelies geregeld op het leliehaantje, een klein vuurrood kevertje, waarvan de larven nog vraatzuchtiger zijn dan het beestje zelf. Verwijder kevertjes en larven met de hand. Iets moeilijker bij de larven, omdat hun eigen ontlasting over hun rug wordt uitgesmeerd, waardoor ze wel een hoopje zwarte vogelpoep lijken.
  • Is het blad van narcissen, tulpen, druifhyacinten en hyacinten volledig afgestorven? Dan mag je het weghalen.

Juli

  • Vergeet de bollen in pot niet te gieten; vooral dahlia en begonia zijn dorstige types. Maar overdrijf ook niet; natte voeten zijn nefast.
  • Verwijder geregeld de uitgebloeide bloemen van zomerbollen; zo gaan ze langer door met bloeien.
  • Slakkenkorrels niet vergeten!
  • Plant bolletjes van herfsttijloos zo’n 10 cm diep in losse, humusrijke grond. De frêle krokusachtige bloempjes verschijnen al vanaf september. Of leg enkele bolletjes binnenshuis op een lichte vensterbank; omdat herfsttijloos een droogbloeiers is, bloeit hij vanzelf, zonder aarde of water. Plant ‘m na de bloei uit in de tuin. Opgelet: herfsttijloos is erg giftig!

Augustus

  • Knip gerust wat dahlia’s voor in de vaas: het zijn prima snijbloemen en hoe meer je er plukt, hoe langer ze bloeien.
  • Niet slabakken: verwijder nog steeds de uitgebloeide bloemen van de zomerbloeiers.
  • In principe begin je pas voorjaarsbollen te planten in september. Als je echt niet kunt wachten, mag je ook half augustus al beginnen. Start met de vroegst bloeiende soorten zoals krokus, dwergnarcis en dwergiris.

September

  • Dé maand bij uitstek om voorjaarsbollen te planten. Begin met de vroegst bloeiende, zoals sneeuwklokjes, en met verwilderingsbollen (soorten die zich jaar na jaar vanzelf uitbreiden) zoals krokussen, sterhyacint, sneeuwroem of Anemone blanda. Plant daarna de ‘gewone’ bollen: narcissen, hyacinten, druifhyacint… Wacht nog met het planten van tulpenbollen.

Oktober

  • Plant nu pas tulpenbollen. Ook narcissen en andere voorjaarsbollen kun je nu nog planten.
  • Knip uitgebloeide dahlia’s nog voor de eerste nachtvorst zo’n 5cm boven de grond af. Graaf de knollen op, laat ze enkele dagen drogen, schud de overtollige aarde eraf en leg ze op krantenpapier in houten bakjes of kartonnen dozen. Zet ze zo in de kelder, de garage of het tuinhuis. Doe hetzelfde met andere uitgebloeide zomerbollen, behalve lelies; die mogen in de grond blijven zitten. Vergeet de etiketjes met soort, bloeikleur en hoogte niet!

 

Top 5 zomerbollen

  1. Dahlia: bijna alle denkbare kleuren, en heel veel verschillende bloemvormen en –groottes.
  2. Begonia: uitbundige bloeier met enkele of dubbele bloemen, afhangend of rechtop groeiend. In alle tinten van rood, roze, geel, oranje, wit en ook tweekleurig
  3. Gladiool: de grootbloemige hoge soorten ogen mooi achteraan de border, de kleinbloemige en de mini’s (Glamini’s) doen het goed in potten.
  4. Lelie: de klassieke witte lelies en de oriental lelies met mooie kleuren geuren ook; de Aziatische lelies geuren niet.
  5. Crocosmia: de rode, oranje of gele bloemen verschijnen tot in het najaar en staan als een ‘kam’ op de lichtjes overhangende stengels. Een uitstekende aanvulling in de najaarstuin.

 

Minder bekend, maar prachtig

Deze zomerbollen zijn de minder bekende uit het assortiment, maar als je ze eenmaal in de tuin hebt, wil je ze niet meer missen.

  • Kuiflelie (Eucomis): de witte of twee kleurige bloempjes staan in een indrukwekkende aar bij elkaar; bovenaan zit een kuifje van groen blad. Blijft omwille van de zaaddoosjes lang na de bloei mooi. Moet binnen overwinteren.
  • Calla (Zantedeschia): met zijn trechtervormige bloemen in veel kleuren en groen of gespikkeld blad een heel elegante plant.
  • Lampenpoetser (Liatris): de paarse bloemen staan dicht bijeen in compacte bloeiaren en komen van boven naar onder open.
  • Indisch bloemriet (Canna indica): met zijn hoogte tot 2 m en zijn grote oranje, gele of rode bloemen een exotisch ogende plant. Ook het blad is decoratief omdat het bruin, groen, donkerrood of bont kan zijn.
  • Abessijnse gladiool (Gladiolus callianthus): met zwaardvormig blad en heel elegante stervormige, witte bloemen met paars ‘hart’.
  • Geluksklaver of klaverzuring (Oxalis): klein maar dankbaar plantje met frêle roze of witte bloempjes en klaverachtig blad dat donkerpaars kan zijn. De mini-knolletjes breiden zichzelf makkelijk uit.