“Chef-kok Peppe en ik waren buurjongens in Waterschei”

Wonen doet hij er niet meer, maar Jani Kazaltzis (42) verloochent zijn roots niet. De Limburgse tongval is nog altijd aanwezig, en geregeld komt hij over de vloer bij zijn ouders in Waterschei. De herinneringen zijn nog legio. “In Genk ging ik geregeld iets drinken, uitgaan deed ik in Hasselt”, blikt hij terug.

Door: Tom Vets

Wanneer besloot je je koffers te pakken?
Jani: “Op mijn 21ste nam ik de beslissing om te verhuizen naar Antwerpen. Ik woonde graag in Limburg maar ik volgde destijds mijn toenmalige grote liefde naar de grootstad. Ik kon daar meteen aarden want twee andere vrienden uit Limburg verhuisden mee. Of het een cultuurshock was? Laat me zeggen dat je in Limburg opgroeit in een hechte cocon. Zeker in de cités waar ik ben grootgebracht. Antwerpen was een andere omgeving met een andere mentaliteit. Vooral dat had een impact. Ik was het gewoon om buren te hebben waar je elke dag een praatje mee deed. Dat doe je in de stad niet. Of toch veel minder.”

Hoe werd er thuis gereageerd op je vertrek?
“Ze vonden het jammer dat ik al zo vroeg het nest verliet. Maar ik heb dat ruim gecompenseerd want ik ben nog vaak teruggekeerd naar huis. De eerste maanden na de verhuizing was ik elk weekend in Limburg. Kwestie van mama en papa gerust te stellen dat alles in orde was met mij. Mijn broer woont nog steeds in Limburg, en die zien ze ook nog vaak. Ik heb een goede band met beide ouders maar ik ben toch vooral een moederskindje, terwijl mijn broer een vaderskindje is. Voor mij is mijn moeder haast als een beste vriendin bij wie ik heel veel kwijt kan. Dat is altijd zo geweest. Misschien is onze band nog ietsje hechter omdat zij vroeger vaak thuis was en meer met ons bezig kon zijn.”

Waar in Waterschei ben je opgegroeid?
“In de Ceintuurlaan. Een echte koolmijncité gekenmerkt door die typische hoge platanen en de huisjes die allemaal op elkaar lijken. Er hebben altijd ontzettend veel verschillende nationaliteiten door elkaar gewoond. Toch heeft dat nooit problemen opgeleverd. Iedereen zat er in de zomer gezellig buiten op een stoeltje om met elkaar te keuvelen. De volwassenen hokten samen terwijl de kinderen op straat speelden. Onze ouders hadden zelfs niet liever dan dat wij buiten speelden. Het ging er bijzonder gemoedelijk aan toe. Het voordeel van al die nationaliteiten was dat er voortdurend wel een of andere feestdag was, én er was altijd lekker eten in de buurt. Zeker de oudere generatie weet die tradities zelfs nu nog mooi in ere te houden.”

Botsten die diverse culturen niet?
“Totaal niet. Het woord racisme bestond haast niet. Een gevolg van wellicht op te groeien in een multiculturele samenleving. Als kind besef je niet dat iemand een andere nationaliteit of achtergrond heeft. Soms werd er wel eens met elkaar gespot, maar dat was nooit kwetsend bedoeld. Niemand maakte een probleem van die smeltkroes aan culturen. We hadden veel respect voor elkaar.”

Zou je ooit nog opnieuw naar Limburg verhuizen?
“Dat niet. Ik koester die mooie tijd, maar ondertussen heb ik mijn leven elders opgebouwd. Al mijn vrienden en kennissen – waaronder ook heel wat Limburgers – wonen nu in Antwerpen. ”

Heb je in je late tienerjaren nog het uitgaansleven in Limburg onveilig gemaakt?
“Ik had wel enkele favoriete plekjes, zoals de Atmoz en de Dockside in Hasselt. Waterschei ligt dicht bij Genk maar voor het uitgaan waren we destijds toch vaak op Hasselt gericht. Genk diende vooral om eens gezellig iets te gaan drinken in één van de kleine cafeetjes. Omdat ik er naar school ging, was het ook evident om na de les in Genk iets te gaan drinken.”

Klopt het dat chef-kok Peppe Giacomazza je buurman was?
“Ja en neen. We woonden wel in dezelfde straat. Ik heb nog de kleine Peppe gekend. Ik ben blij voor hem dat hij het op culinair vlak zo ver heeft geschopt.”

Je bent deze lente met drie programma’s te zien waaronder Blind Gekocht. Ben je naast styling ook bezig met binnenhuisinrichting?
“Niet meer dan iemand anders. Ik vind het wel tof om in een meubelwinkel rond te lopen. Maar ik zou nooit het interieur van iemand anders kunnen samenstellen. Op het vlak van kleding heb ik aan twee woorden genoeg om voor iemand een nieuwe garderobe vinden, maar met interieur en decoratie is dat toch een ander paar mouwen.”

Hoe zou jij je eigen stijl omschrijven?
“Ik hou van het iets strakkere en sobere maar ik hou ook van heel warme elementen. Ik heb destijds met mijn ex een huis gekocht in een rustige straat in Antwerpen. Bij mij thuis vind je ook best wat kleur. Dat is wel met de jaren gegroeid. Vroeger was het allemaal veel strakker. Op interieurvlak, hé! Qua lichaam ook, maar vertel dat zeker niet verder.” (lacht)

Hoe verliepen de opnames?
“Het was een grote uitdaging omdat we voortdurend problemen hadden met de levering van bouwmaterialen! Daarnaast gingen ook de prijzen van die materialen flink de hoogte in wat bij iedereen voor extra kopzorgen zorgde. Of ik zelf al mijn spaargeld aan anderen zou toevertrouwen? Absoluut niet! Ik denk dat ik bij het minste zou flippen en hysterisch worden. Maar dat zou dan wel weer steengoede televisie opleveren.”