De droom om bioloog te worden is nooit uitgekomen. Maar toch is Dieter Coppens (44) vaak in de natuur te vinden. Zijn ideale vakantie is met de rugzak en bottines door de natuur ploeteren, en sinds kort heeft hij zelfs een eigen bos. “Hoe meer bomen, hoe gezonder onze planeet zal worden. Aan zulke dingen draag ik graag mijn steentje bij”, klinkt het enthousiast.

Tekst: Tom Vets Foto: VRT

Bezorgt het bos je veel werk?
Dieter Coppens: “In februari stak ik de handen uit de mouwen om de boompjes in de grond te steken. Uiteraard deed ik dat niet alleen want het ging om 1500 exemplaren. Familie en vrienden stonden paraat om een handje toe te steken. Er waren zelfs zoveel vrijwilligers dat ik er een aantal moest afbellen. De klus werd op een dag geklaard door 35 mensen. Nu is het vooral wachten tot het Coppens Bos in Pulderbos flink begint te groeien. Het is een project, maar ik noem het vooral mijn beste aankoop ooit.”

En het is, wellicht niet toevallig, niet ver van waar je woont.
“Ik woon in Zoersel en het bos ligt op fietsafstand, op een braakliggend stuk waar een vuilstort was. Voor alle duidelijkheid: dit bos komt niet op zwaar vervuilde grond. Toch was de locatie niet zo makkelijk. Ik deed er een jaar over om grond te vinden in mijn omgeving. Ik ben vaak lappen grond tegengekomen op mijn tocht. Maar dikwijls kwam ik terecht in agrarisch gebied en bleek dat er enkel landbouwactiviteiten mochten plaatsvinden. Dan mag je er zelfs geen bos op planten, hoe goed dat ook voor de natuur mag zijn.”

Komt er veel werk bij kijken?
“Eens het werk klaar is, zou ik er niet al te veel meer aan moeten doen. Het is aan de boompjes om te groeien. Al is het in de beginfase zaak om geregeld te kijken dat ze alle kansen krijgen om te groeien. Tenslotte hebben we ze geplant op een weiland. In het begin hebben die twijgjes nog maar een hoogte van 60 cm en tijdens de zomermaanden kunnen die makkelijk overwoekerd worden door grassen of andere planten. Dan verstikken ze en sterven ze af. De afgelopen weken is er veel energie in gekropen maar uiteindelijk zou dit een ontspannend project moeten worden.”

Was het je droom om een bos te hebben?
“Ik kan niet ontkennen dat deze lap grond van mij is, maar het is niet mijn bedoeling om er overal mee uit te pakken. De droom die ik vooral had met het opstarten van dit project was om andere mensen te inspireren om iets voor het milieu te doen. Waarmee ik niet wil gezegd hebben dat ik van anderen verwacht dat ze ook halsoverkop grond moeten aankopen om een bos te planten. In de eerste plaats wil ik particulieren of bedrijven die een braakliggend stuk grond hebben, aanmoedigen om er bomen op te planten.”

Maakt zulk initiatief een verschil?
“Ik las in talloze rapporten dat bomen het ultieme wapen zijn tegen de klimaatopwarming. Bomen nemen CO2 op en geven zuurstof af. Ze nemen taken voor hun rekening die onze planeet ten goede komen. Hoe meer bomen, hoe gezonder onze aarde zal worden.”

Is dergelijk project niet een heel dure grap?
“Dat hangt ervan af. Als je grond hebt, des te beter. Ik had dat niet en stak er mijn spaarcenten in. Vooral voor mensen die geen grond moeten aankopen is het lucratief. Want je krijgt meer subsidies dan dat het je kost. Voor de aankoop van plantgoed, het boren van de gaten en die omheining kan je van de Vlaamse overheid tot 25.000 euro steun krijgen per hectare. De meeste kosten zijn wellicht voor de draad die je rondom het terrein moet spannen. Je moet de boompjes immers beschermen want ze zijn gegeerd bij konijnen of reeën die ze opknabbelen. Als je de subsidies hebt aangevraagd is het wel de verplichting dat het bos minstens een kwarteeuw intact blijft.”

Ik heb een vermoeden dat je vroeg of laat een programma maakt over het bos.
“Daar is al over nagedacht. We leven in Vlaanderen met veel mensen op een kleine oppervlakte. Ruimte is schaars geworden. Bos is belangrijker dan ooit. Mijn 1.500 bomen worden straks al meteen zichtbaar op de Vlaamse bosteller: www.bosteller.be. De aandacht voor mijn project in de media was een mooie bonus. Ik hoorde onlangs dat er al 270 aanvragen zijn ingediend bij de overheid door mensen die ook een bos willen aanplanten.”

Was je niet beter bioloog geworden?
“Dat was mijn ambitie. Maar dan moet je ook studeren. En laat dat nu net hetgeen zijn waar ik een broertje dood aan had. Toen ik op mijn 18de een studierichting koos kon ik het niet meer opbrengen om in de boeken te kruipen. En dus werd het grafische vormgeving aan Sint-Lucas. Ik ben de laatste jaren meer televisie gaan maken, maar ook de werkzaamheden voor het grafisch bedrijfje blijven doorlopen. Dat werk wil ik niet opgeven omdat de televisie een onzekere wereld is.”

Hoe kreeg je die groene passie te pakken?
“Dat zat er al vroeg in. ik werd lid van de JNM (Jeugdbond voor Natuur en Milieu, red.), de leiding was veelal in handen van studenten biologie. Samen met allemaal gelijkgestemde zielen ging ik op ontdekkingstocht in de natuur. Tot in natuurparken in Nederland, maar we gingen ook ’s nachts op pad om vleermuizen te spotten. Toen de plaatselijke JNM een tijd op z’n gat lag, heb ik die lokale afdeling met mijn broer terug opgestart, en gaven we onze passie voor het bos en de dieren door aan een nieuwe generatie.”