“Ik mis de energie van New York heel erg”

Belgisch topmodel Cesar Casier (32) schitterde al in magazines als Vogue, GQ, Numéro en l’Officiel. Zijn gezicht sierde diverse Armani-campagnes en is gelinkt aan grote namen als Dior en Saint-Laurent. Dezer dagen heeft hij iets met breien, of toch iets van die aard: met zijn knitwear label wil hij Belgisch breigoed terug een duwtje in de rug geven.

Door: Mandy Kourkouliotis  Foto’s: Sloan Laurits

Van model naar een eigen modelabel, een logisch gevolg?
Cesar: “Het is een combinatie van elementen, denk ik. Mijn mama heeft een kledingzaak in Gent, ik ben opgegroeid met mode. Door mijn modellenwerk heb ik veel kunnen reizen en leerde ik mensen uit de sector kennen. Ik noem mezelf wel geen ontwerper, voor alle duidelijkheid. Ik heb oog voor mode en kan goed aanvoelen wat hip is. Vier jaar geleden – toen ik nog in New York woonde – lanceerde ik een T-shirtlijn met grafische illustraties. Dat was allemaal redelijk beperkt: ik moest enkel de kleuren kiezen en wat leuke quotes bedenken. Maar gaandeweg ontdekte ik zelf dat ik mijn T-shirts niet vaak droeg, ik vond ze iets te jeugdig. Ik ben meestal vrij sober gekleed en voelde aan dat ik iets meer high-end wou gaan.”

Hoe ontstond je knitwear collectie?
“Ik ontmoette de producent (een Belgisch bedrijf, red.) van mijn knitwear collectie in de zaak van mijn moeder. Ik schonk er niet meteen aandacht aan, maar op een gegeven moment vond ik hun contactgegevens terug en dacht ik: ‘Misschien moet ik er toch maar iets mee doen.’ Toen we mekaar terug ontmoetten, was er meteen een klik.”

Kunnen we in de toekomst ook iets anders dan knit-wear van jou verwachten?
“Ik heb veel ideeën maar wat ik zéker wil blijven doen, is inzetten op lokale productie met Made in Belgium-stukken. Da’s mijn kenmerk. Ik wil niet dat mijn kleding door kinderen uit pakweg Bangladesh gemaakt wordt. Door corona is het eens zo duidelijk geworden dat lokaal kopen belangrijk is. Mijn eigen knitwear label is trouwens ook bij jullie in Limburg te koop: voor de dames bij La bottega in Hasselt en bij Scarpina in Sint-Truiden, voor de heren bij Mercken in Hasselt.”

Waar haal je de mosterd voor je collecties, zijn er bepaalde mensen die je inspireren?
“Goh, niet echt. Maar ik volg wel toffe instagramaccounts. Ik haal mijn inspiratie vooral uit kleuren en interieurs. Wat ik ook altijd vree wijs vind, zijn vintage looks van celebrities. Zo van die oude paparazzi foto’s van Johnny Depp, of Gwyneth Paltrow en Brad Pitt. Daar laat ik me door inspireren, en die zijn ook altijd te zien in mijn moodboards. Maar echt één icoon? Nee, die heb ik niet.”

Is interieur minstens zo belangrijk als mode voor jou?
“Ja, zeker. Ik heb een passie voor interieur, zeker nu in coronatijd is het belangrijk dat het thuis aangenaam is. In mijn eigen interieur stak ik best wat tijd en energie. Ik vind dat echt gewoon leuk, ik ben heel interior minded. Bij mij vind je altijd wel verse bloemen en geurkaarsen in huis. Ik wil het er altijd gezellig maken.”

Hoe bracht jij de lockdown tot hiertoe door?
“Grotendeels thuis in België, wat ook wel goed was voor mijn eigen label. In de zomer opende ik samen met enkele andere mode-ondernemers The Guest pop-up aan de kust. Het is al bij al nog een goed jaar geweest, moet ik toegeven. Daarnaast heb ik als model nog wel wat shoots gedaan waarvoor ik met de auto naar Nederland of Duitsland moest. Het is in vergelijking met andere jaren heel wat kalmer nu.”

Heb je een favoriete trend?
“Ik ben eigenlijk heel gewoontjes, en mijn stijl is vrij casual: in de zomer draag ik vaak een blauwe jeans en een wit T-shirt. Maar een favoriete trend? Moeilijk. Mijn collecties zijn vrij sober en tijdloos. Knitwear is nu wel heel erg in trek. De mensen willen comfortabele en kwalitatieve kleding voor thuis. Maar eens de lockdown voorbij is, denk ik dat we ons allemaal weer willen opkleden. Een beetje extra mag dan weer. Ik kijk er alvast naar uit.”

Is er iets dat je zeker niet draagt?
“In mijn kleerkast zal je geen prints à la Dries Van Noten vinden, alhoewel ik dat heel mooi vind. Of Paco Rabanne, I love it, maar ik draag dat zelf niet. Als ik mijn eigen kleerkast bekijk, zie ik vooral kleuren als beige, muisgrijs, zwart en wit… Je gaat me niet snel in een Essentiel outfit zien, terwijl Inge (Onsea, de vrouw achter het label, red.) wel een heel goede vriendin van mij is. (lacht) Ik ben eigenlijk vrij klassiek: vandaag heb ik zwarte laarzen aan, een blauwe broek en een grijs pulleke. En een mooie mantel, dat vind ik ook heel belangrijk.”

Je hebt ook wat boeken uitgebracht. Eén daarvan (Trippin’) gaat over reizen. Waar gaat jouw eerste post-coronareis naartoe?
“Ik wil heel graag naar Thailand met mijn vriend. Tien dagen genieten van de rust en dan doorvliegen naar Seoul in Zuid-Korea, omdat dat mijn lievelingsstad is. Ik ben er intussen zo’n vijf à zes keren geweest. Sinds kort mis ik ook de energie van New York heel erg. Normaal gezien vlieg ik er zo’n drie keer per jaar heen, terwijl het nu al langer dan een jaar geleden is dat ik er nog eens was. Misschien is het omdat ik nu niet kan gaan dat ik er zo graag naartoe wil, maar New York blijft natuurlijk de stad van mijn hart. Ik heb er acht jaar gewoond, dat heeft veel betekend voor mij.”

Meer info en webshop: cesarcasier.com