Steven Van Herreweghe

Steven Van Herreweghe kwam twintig jaar geleden voor het eerst op televisie. Zijn afgelegde parcours is hobbelig. Van ruim twee miljoen kijkers voor De Pappenheimers in recordtempo naar amper 50.000 kijkers voor de vergeten quiz Rasters bij Vier. Nu is hij terug onderdak bij de VRT en overvalt het succes hem weer. “Ik kende hoge toppen en diepe dalen op televisie, maar ik blijf het een magisch medium vinden.”

Wist je al vroeg dat je voor de televisie wou werken?

Steven: “Ik was al tijdens mijn kinderjaren door televisie gefascineerd. Het is maar een rechthoekig kader, en toch kon je ermee bijzondere dingen doen. Het was magie, een trukendoos. Mijn vroegste herinnering is met mijn vader kijken naar Bert en Ernie in Sesamstraat. Het was een programma dat ouders en kinderen samenbracht, wat televisie zou moeten doen. Ik keek ook graag naar André Van Duin en Marc Uytterhoeven. Hij was een geloofwaardige sportjournalist die plots alle registers in het amusement opentrok met Het Huis Van Wantrouwen en Morgen Maandag. Ik denk wel dat hij een inspiratiebron is geweest om zelf ook in het tv-vak te stappen.”

Ik zag je ooit als figurant in een aflevering van Heterdaad in 1996. Je allereerste stappen voor de camera?

“Klopt. Ik had toen wel enige interesse om het acteerpad te bewandelen. Mijn grote debuut was op 1 december 1997 als allereerste Ketnet-wrapper, maar in die periode had ik evenzeer mijn doorbraak kunnen forceren met een rol in de serie Thuis. Ik speelde in die tijd bij het Brusselse jongerengezelschap Bronx. Op een dag zat er iemand in de zaal die kwam scouten voor de rol van Kristof Verbist in Thuis, die later door Michael De Cock zou vertolkt worden. Weken later kreeg ik op mijn beeper, gsm’s waren immers nog zeer zeldzaam, constant oproepen van een onbekend telefoonnummer. Ik zat op kot in Schaarbeek en de dichtstbijzijnde telefooncel was enkele straten verder, waardoor ik die oproepen negeerde. Maar ze bleven komen, en toen ik uiteindelijk terugbelde bleek het de VRT te zijn die mensen zocht voor Ketnet. En de rest is geschiedenis.”

Hoe was die pioniersperiode bij Ketnet?

“Laat ik het pure rock-‘n-roll noemen. Ik was jong en onbezonnen, en bereidde me niet altijd even goed voor. Ik combineerde Ketnet met mijn opleiding aan Sint-Lucas, en maakte er een sport van het allerlaatste moment pas op de VRT toe te komen. Ik bedacht onderweg op de tram wat ik wou zeggen, en soms met mijn jas nog aan dreunde ik dat voor de camera af. Dat zou men nu niet meer toelaten. Toch was Ketnet tevreden. Op de eerste dag stond het achter de schermen vol met mensen met dassen, en de minister van Media was er ook. Ik kondigde Tik-Tak aan en zei dat ik naar het toilet moest. Wat ook echt zo was. (lacht) Ik had geen idee of men het geslaagd vond, maar plots was er toch applaus.”

Toen Woestijnvis met Vier begon, verhuisde je mee maar je programma’s bereikten niet meer de grote massa. Hoe beleefde je de voorbije jaren?

“In mijn periode bij Vier heb ik moeilijkere momenten gekend, maar toch ben ik blij dat ik dat avontuur ben ingestapt. Ik zat zestien jaar aan de Reyerslaan en Woestijnvis wou z’n eigen verhaal maken. Ik wou daar absoluut deel van uitmaken. Al moest ik na een tijdje erkennen dat ik me minder kon vinden in de evolutie van dat verhaal. Naar alles wat we deden werd ook met een vergrootglas gekeken. Slechte kijkcijfers werden elke dag in de pers gepubliceerd. Terugdenkend aan die periode probeer ik vooral naar de goede kanten te kijken. De komst van Vier zette VTM en VRT weer op scherp, en dat zorgde voor een pak goede televisie.”

Eén ding valt op in je programma’s. Humor is onontbeerlijk voor je?

“Nochtans doe ik mijn best om doodserieus te zijn hoor. (lacht) Ach, ik vind dat televisie moet entertainen. Ik wil een glimlach op het gezicht van de kijkers toveren. En zeker met beelden die vertrekken vanuit een bepaalde ernst.”

Ooit maakte je Het Beste Moet Nog Komen. Is het nu zover?

“Ja, maar ik hoop dat het beste nog vaak zal komen. Anders blijf ik ’s ochtends liever in mijn bed liggen. Ik heb altijd die uitdaging nodig om weer beter te doen dan mijn vorige project. En ik hoef daarmee niet per se op die ‘prestigieuze’ zondagavond te zitten. In tegenstelling tot De Pappenheimers en De Jaren Stillekes ben ik met Van Algemeen Nut op donderdag de huiskamers binnengekomen, en dat werkte ook perfect.”

Hoe voelt het om een veertiger te zijn?

“Die verjaardag was een bijzonder moment, en viel samen met de twintigste verjaardag van Ketnet. Daardoor werd het haast een volledige feestweek. Dat getal… wat op papier vreemd leek, voelde geestelijk wel goed aan. Ik was er klaar voor om die nieuwe horde in mijn leven te nemen. Ook in mijn privéleven is alles in de plooi gevallen. Nee, het is goed zoals het is.”

Blijf je niet liever jong?

“In gedachte ben ik nog steeds een jonge kerel, en wat het ouder worden betreft kijk ik vooral uit naar de evolutie van de wetenschap, waardoor we op een aangename manier onze laatste levensfase kunnen beleven. Ik heb ook gezien hoe in Die Huis na de sporttesten werd gezegd dat ik het lichaam van een 56-jarige heb, maar in tegenstelling tot wat je zou denken gaat het goed met mij. En mijn conditie ligt ondertussen al dichter bij die van een veertiger.”

Tom Vets / Frank Abbeloos