Ruben Van Gucht

Als er één iemand in aanmerking komt voor de titel van Homo Universalis, is het wel Ruben Van Gucht (32), ook wel de blonde God van de VRT-sportredactie genoemd. Hij maakt tv-programma’s over sport, is op zaterdagochtend met De Weekwatchers van de partij op Radio 2, staat met Jacques Vermeire op de planken en schrijft boeken. “Mijn vrouw heeft er intussen vrede mee dat ik op zaterdag en zondag altijd moet werken.”

Je bent dit voorjaar opnieuw met De Kleedkamer op het scherm. Hoe voelt het om als wielerfanaat tussen wielerhelden te zitten?
Ruben: “Ik knijp me soms in de arm als ik op de koffie mag bij pakweg Alberto Contador of ’s avonds met een toprenner op café zit. Ik ben dan wel onder de indruk, maar durf zeker ook de netelige kwesties aansnijden als we voor de camera’s zitten. Dat komt omdat we telkens goede afspraken maken. De gasten weten dat er soms heikele thema’s worden aangekaart, maar ze weten ook dat het geen kruisverhoor zal worden. Ik kan dat ook niet riskeren. Een boze gast kan gewoon opstaan en vertrekken. Het is een kwestie van water bij de wijn  doen. Uiteindelijk zijn er toch voldoende verhalen die aan bod kunnen doen.”

Ben je meer into wielrennen dan voetbal?
“Ja en nee. Het verhaal is redelijk flou. Langs de ene kant heb ik altijd voetbal gespeeld.  Maar zowel als klein jongetje als nu op professioneel vlak kan wielrennen me veel meer verwonderen dan een wedstrijdje voetbal. In mijn theatervoorstelling Sportman open ik de show ook met een verhaal van toen ik tien jaar was. Ik moest met mijn ouders naar een feest, maar had een klein televisietoestel meegenomen zodat ik toch naar Parijs-Roubaix kon kijken. Zoiets zou ik nooit voor een voetbalmatch hebben gedaan.”

Het valt me telkens op hoe losjes jij op televisie komt. Heb jij nooit zenuwen?
“Toch weinig. Ik heb nooit schrik gehad om voor een publiek te spreken. In mijn jonge jaren stond ik op een blauwe maandag zelfs nog op de theaterplanken. Maar ook bij de televisie klikte het van meet af aan tussen mij en die grote camera. Het is uiteraard ook een voordeel dat ik veel afweet van sport. Daarom ben ik blij dat pas later het Radio 2-programma De Weekwatchers op mijn pad is gekomen. Daarvoor moet je qua kennis veel meer allround zijn.”

Is er nog tijd om zelf sport te beoefenen?
“Ja, en dat moet ook wel. Vanochtend ben ik al enkele kilometers gaan lopen. Ik merk dat als ik daarvoor geen tijd maak, ik na een tijdje geïrriteerd haast de muren zou oplopen. Ik zeg vaak dat ik loop om gezond en fit te zijn. Maar je mag mij wel redelijk verslaafd aan lopen noemen. Ik kan het gewoon niet laten. Mocht de agenda het niet meer toelaten, zou ik het zelfs aandurven om ’s nachts naar buiten te trekken. Ik wil bruisen van de energie als ik aan mijn werk begin.
Ik moet altijd met sport kunnen bezig zijn. Ik doe al sinds mijn vijfde aan diverse sporten. Wie in augustus deelneemt aan de Dodentocht, kan mij daar vaak aantreffen. Vorig jaar heb ik de honderd kilometer weer uitgelopen. En voor de komende editie teken ik ook present. Vroeger gebeurde het geregeld dat ik drie of vier marathons per jaar liep, maar dat heb ik wel wat moeten afbouwen. De voorbereiding vraagt zeer veel tijd. Een marathon loop je niet zomaar zonder wat op te bouwen. Bovendien zijn die wedstrijden altijd op zondag, en dan moet ik werken. Aan de start van de 42 km in New York zal je mij niet meer zien. Voortaan is het die van Breendonk, waar ik woon.”

Deze zomer is er geen sprake van een sportzomer. Heb jij dan veel vakantie?
“Vakantie heb ik sowieso niet meer dan anders. Ik werk in voltijdse dienst bij de Openbare Omroep, en daar valt altijd wel iets te doen. Zeker in de zomer als er meer mensen vakantie nemen. En sowieso is er elke zomer de Ronde Van Frankrijk. Daarnaast heb ik nu al genoteerd in mijn agenda dat ik dan afspraken begin te maken voor de vijfde jaargang van De Kleedkamer, rond Olympische sporters. Spurtbom Usain Bolt en zwemmer Michael Phelps staan hoog op ons verlanglijstje. Wie weet lukt het wel… De eerste naam ligt trouwens al vast: meervoudig Olympisch kampioen Haile Gebreselassie.”

In 2020 is er zowel een Tour, EK en Olympische Spelen. Te veel van het goede?
“Ik heb daar niet zozeer angst voor. Ik stel me tijdens zulke periodes vooral als Kuifje in Wonderland op. Het is veel werk, maar wij zijn bevoorrechte mensen. Wij mogen veel dingen doen waar anderen alleen maar van kunnen dromen. Ik herinner me nog op het WK in Rusland dat ik de trainingen van de Rode Duivels in hun basiskamp mocht zien. Of van het ene vliegtuig in het andere stapte om matchen te verslaan. Dat is toch uniek. Dus wat heb ik dan te klagen?”

Tom Vets / Frank Abbeloos