Nina Derwael

Achttien is ze, een rasechte Limburgse en ze beheerst de brug met de ongelijke leggers als geen ander. De Velmse Nina Derwael zet ons land al een tijdje op de kaart in de gymnastiekwereld. In maart ging ze nog met de gouden medaille aan de haal op de wereldbeker Turnen in Doha, Qatar. Het ultieme doel? Een medaille op de Olympische Spelen in 2020.

Je hebt dit jaar al goud gehaald in Doha. Hoe voelt dat?
Nina: “Het is leuk om het nieuwe jaar opnieuw te kunnen inzetten met zo’n prestatie. Vorig jaar was een superjaar en ik ben nu blij dat ik heb kunnen laten zien dat ik er nog steeds sta. Voorlopig maak ik nog steeds de nodige vooruitgang. Dus ik hoop dat dat blijft duren. Elke wedstrijd gaat het alleszins beter de vorige, dus ik ben tevreden.”

Je zit in een favorietenrol. Brengt dit veel druk met zich mee?
“Ik denk dat het dan vooral gaat over de druk die ik op mezelf leg. Over wat andere mensen verwachten, probeer ik niet te veel na te denken. Wat ik doe, is voor mezelf. Ik leg de lat hoog, ja. Maar ik denk dat elke topsporter dat moet doen, anders geraak je zo ver niet.”

Hoe probeer je te ontstressen?
“Eigenlijk valt de stress dat goed mee. Ik slaag er in om mezelf altijd redelijk rustig te houden. En wanneer er voor de wedstrijd stress opduikt, zijn we met een groep om elkaar te steunen. We zijn echt vriendinnen, want we trainen dan ook al zeven jaar samen. Inmiddels zijn we een hechte vriendengroep geworden, zonder dat er jaloezie aan te pas komt.”

Je begon met turnen toen je nog een kleuter was. Jouw ouders hebben dus meteen de juiste hobby voor je uitgekozen.
“Heel toevallig, maar wel de goede keuze blijkt dan achteraf inderdaad. Daardoor ben ik heel vroeg aan de hobby kunnen beginnen die me echt ligt.

Welke zijn je grootste uitdaging en je grootste prestatie al geweest?
“Dat is jezelf blijven verbeteren. Op een gegeven moment beland je op een hoog niveau en dan is het moeilijk om nog beter te worden. Als je dat kan volhouden en jezelf elke wedstrijd nog ziet evolueren… Dat blijft mijn grootste uitdaging en op zich ook mijn grootste prestatie.”

Je bent net 18 geworden. Doe je nog alles wat leeftijdsgenoten ook doen?
“Ik denk het niet (glimlacht). Mijn weekschema is erg strak getimed. Dan blijft er niet veel tijd meer over tussen al het trainen en studeren door. Tijdens het weekend probeer ik zeker tijd vrij te maken om iets te gaan doen met m’n vrienden of familie. Mijn grootouders zijn trouwens mijn grootste fans, samen met mijn ouders en mijn nicht. Het is fijn dat ze niet alleen meeleven, maar ook meereizen naar de wedstrijden. In België vinden er niet veel plaats, dus dat ze dan al die kilometers afleggen om te supporteren is echt heel tof.”
 
Denk je soms na over het befaamde zwarte gat na topsport?
“Hoe lang een topsporter actief blijft, hangt af van persoon tot persoon. Laat ons zeggen dat je tussen je 22 en 24 al redelijk oud bent in de gymnastiek. Ik ga sowieso nog voor de Olympische Spelen in Tokyo, in 2020. Met de gedachte aan stoppen of een eventueel zwart gat, ben ik nog niet bezig. Ik denk eigenlijk steeds in blokken van vier jaar: per Olympische cyclus. In 2015 en 2016 trainden we met de focus op de Spelen in Rio. En nu is er dus een nieuwe cyclus gestart. Wat er na Tokyo gebeurt, zien we dan weer.”

Dus er is nog geen plan B?
“Binnenkort rond ik mijn laatste jaar moderne talen – topsport af en denk eraan om iets te gaan doen richting office management. Maar dat staat nog niet vast, want alles hangt af van de wisselwerking tussen mijn studies en trainingen. Dat moeten we nog uitzoeken.”

Mag ik al vragen naar je ambities op de Olympische Spelen in Tokyo?
“Daar is het nog wat te vroeg voor, denk ik. De droom blijft om een Olympische medaille te behalen. Dat zou wel een bekroning zijn, ja. Ik denk dat iedereen die een Olympische sport beoefent daar wel naartoe werkt.”
 
Wat vind je het leukste aan je sport?
“Mijn trainingen zijn heel gevarieerd. We trainen vele uren, maar steeds op verschillende toestellen waarop we allemaal andere dingen moeten leren. Het wordt nooit saai, omdat er steeds weer iets nieuws te leren valt.”

Wat een gymnaste als jij kan met haar lichaam, is echt wel waanzinnig. Zit dat in de genen?
“Je zal sowieso wel talent aan de dag moeten leggen en dat combineren met super veel trainen. Ik denk dat je alles wel kan leren. Voor alles is er wel een bepaalde techniek. “

Shana Meeus / Frank Abbeloos