Nasrien Cnop

Een droomjob bij MNM én haar vriend in een klap verliezen, dat brak iets bij Nasrien Cnops (28). Maanden bracht ze door in een diep dal. Met haar boek ‘Ik tegen de rest’ wil ze tonen dat iedereen uit zo’n put kan kruipen. En depressie als ziekte bespreekbaar maken: “Er is nog veel werk aan de winkel, willen we dat taboe doorbreken.”

Je hebt inmiddels heel wat interviews over je boek gegeven. Is het niet vervelend om steeds weer die herinneringen op te rakelen?
Nasrien: “Ik vind het goed dat ik er over kan praten. Dat is voor mij een bevestiging dat ik er volledig over ben. Twee jaar geleden zou ik nog enorm emotioneel geworden zijn. Toen ik het boek aan het schrijven was, had ik het wel nog vaak moeilijk bij bepaalde hoofdstukken. Daarom schreef ik enkel als mijn vriend in de buurt was. Als hij zag dat ik dieper en dieper begon te zakken, haalde hij me vanachter de computer en maakten we een wandeling. In de loop der tijd vergeet je bepaalde stukken. Dingen die je misschien ook gewoon wilt vergeten. En als je die dan moet opschrijven, komt dat allemaal weer keihard binnen. Het schrijven heeft uiteindelijk wel heel therapeutisch voor me gewerkt.”

Herinner je je van die donkere periode nog het moment waarop je dacht: ik wil iets veranderen aan hoe slecht ik me voel?
“Het eerste moment was na mijn opname op de crisisafdeling van het ziekenhuis. Die opname had de dokter aanbevolen om de druk er voor iedereen wat af te halen. Mijn mama en vrienden wisten geen blijf meer met me en waren bang dat er iets ergs zou gebeuren. Maar op die psychiatrische afdeling voelde ik me helemaal niet op m’n plaats. Ik was omringd door mensen met verslavingsproblemen, mensen die hun huis of iedereen rondom hen kwijt waren… Dat was een eerst breekpunt. Het tweede was de dag dat mijn grootmoeder stierf. Mijn mama had al een jaar hard voor me gezorgd. Toen ze dan ook nog eens haar eigen moeder verloor, besefte ik dat ik haar de zorgen om mij echt niet kon blijven aandoen. De dag erna ben ik mijn vriend tegengekomen. Een geschenk uit de hemel. Ik geloof nog steeds dat moemoe boven tegen vava heeft gezegd: “Schatteke, voor we samen de eeuwigheid ingaan gaan we dit nog even oplossen.” (lacht). Dries die in mijn leven kwam, is zonder twijfel mijn derde keerpunt geweest.”

Je vertelt in het boek dat je vorige relatie stuk liep omdat je te afhankelijk was. Pak je dat deze keer anders aan?
“Dries en ik doen heel veel samen, maar hebben ook nog altijd een actief leven apart. En dat wil ik ook zo houden. Ik wil niet meer afhankelijk zijn van iemand. Ik voel ook dat ik zelf sterker ben geworden. Al sluit ik niet uit dat ik opnieuw diep zou kunnen zitten wanneer er echt iets ergs rondom me gebeurt. Maar aan die relatiebreuk denk ik zelfs niet meer. Ik kan me al niet meer inbeelden dat ik ooit verliefd ben geworden op die jongen (glimlacht). De andere oorzaak van mijn depressie, mijn ontslag bij MNM, dat blijft wel wat vreten. Dat was drie jaar niet alleen mijn job, maar ook mijn leven. Ik heb sowieso al heel weinig zelfvertrouwen en ik ben daardoor echt aan mezelf beginnen twijfelen. Waarom ik precies ontslagen ben, weet ik vandaag nog altijd niet. Misschien is dat maar best zo.”

Weet je nog wanneer je echt over de depressie heen was?
“Een jaar geleden zijn Dries en ik zes weken op reis geweest. Toen besefte ik dat ik opnieuw kon genieten van de schoonheid van een zonsondergang bijvoorbeeld. Daarvoor zag ik dat allemaal niet meer. Ik ben tijdens de depressie drie weken naar Peru geweest. Dat zou mijn redding worden: drie weken weg, een compleet andere omgeving… We hebben er toen drie dagen over gedaan om een berg te beklimmen. Ik kwam boven aan en kon alleen maar denken: “Mja, hier sta ik dan. So what.” Je kunt niet weglopen van je problemen. Maar ik probeerde me aan van alles vast te klampen: die reis, mannen, alcohol… Je zoekt een houvast om te voelen dat je nog leeft of zo. Tijdens Rock Werchter ben ik heel hard gevallen met de fiets, maar dat mijn gezicht helemaal open lag, kon me niets schelen. Terwijl mijn mama en vrienden heel bezorgd waren. Ik was echt een verschrikkelijke vriendin in die periode en begrijp dan ook dat heel wat vrienden me lieten vallen. Trek maar eens op met iemand die jij probeert te helpen, maar die je constant wegduwt. Ik heb hen echt voor het het vuil van de straat behandeld en daar schaam ik me wel over. Al ben ik natuurlijk ook heel trots dat ik die periode wel overwonnen heb. Want depressie blijft een ziekte, ook al beseffen veel mensen dat niet. Sommigen denken dat je je alléén maar aanstelt. Ze zien mij ook niet meteen als iemand die in een depressie zou kunnen terechtkomen. Met mijn boek hoop ik het taboe rond depressie te helpen verbreken.”

De kerstperiode staat voor de deur. Denk je dan aan een fijne tijd of toch vooral aan donkere dagen?
“Dat is dubbel hé. Enerzijds is dat een tijd met een triestig, donker kantje. Anderzijds kijk ik er naar uit om samen te zijn met mijn familie. Ik heb twee zussen die ook elk een vriendje hebben. Het is fijn om met z’n allen aan de feesttafel te zitten.”

 

Shana Meeus / Frank Abbeloos