Gers Pardoel

Gers Pardoel (37) rapt in z’n nummers lange teksten, maar privé is hij vaak een man van weinig woorden. Zo ook in gesprek met JET. Maar door z’n guitige glimlach, vergeven we het hem. “Dat mijn muziek in Nederland minder hard aanslaat, stoort me niet. Ik wil gewoon liedjes maken. Het maakt mij niet uit in welk land de meeste fans zitten.”

Je stond de voorbije zomer op zowat elke Vlaamse muziekaffiche. Hoe beleefde je die periode?

Gers: “Optreden in Vlaanderen is leuker dan in Nederland. Ik kan er moeilijk de vinger opleggen hoe dat komt of in welke details het zit, maar in Vlaanderen amuseer ik me rot. Ik koester deze momenten. Een verschil in publiek? Vlamingen zeggen me altijd dat ze meer ingetogen zijn tijdens een optreden. Maar daar heb ik nog niet zo veel van gemerkt. De agenda stond haast helemaal vol met Vlaamse optredens. Laten we zeggen dat voor elk optreden in Nederland, er tien in Vlaanderen plaatsvonden. The Voice Kids kwam er nog tussen, ik werk aan nieuwe muziek en in het najaar start een theatertour. Het is dus druk. Die deelname aan Liefde Voor Muziek in 2017 was een gouden zet. Ik had al wel een aantal nummers die de grote massa kende, zoals Bagagedrager en Ik Neem Je Mee. Maar daarmee vul je nog geen show. Dankzij dat programma had ik plots een hele voorraad: Zo Bijzonder, Boeng, Anne, A Love Affair… Aangezien ze die songs in Nederland niet kennen, leg ik automatisch nu de focus op Vlaanderen. Het ijzer smeden als het heet is, weet je wel?”

Wil je nog niet emigreren naar Vlaanderen?

“Dat hoeft helemaal niet. Ik woon in Tilburg, en op een kwartiertje ben ik de grens over. Vroeger was het bij rijke Nederlanders de gewoonte dat ze net over de grens gingen resideren om de belastingen te ontduiken, maar dat ga ik niet doen. Zo rijk ben ik trouwens ook weer niet. (lacht) Ik weet niet wat de Vlamingen zo aantrekt in mij. Ik heb het tijdens de opnames van The Voice Kids ook weer ondervonden hoe populair ik bij jullie ben. Die meiden van K3 zaten haast te smeken tegen die kinderen om in hun team te komen, maar visten constant achter het net omdat die kids voor mij kozen! Terwijl ik gewoon redelijk chill in die stoel zat. Ik had het kunnen verwachten, maar ik stond er toch weer van te kijken hoe men in Vlaanderen deze Hollander in de armen heeft gesloten.”

Had jij als kind al muzikale ambities?

“Die zijn pas laat opgeborreld. Ik luisterde wel vaak naar het stevige werk van Nirvana en Pearl Jam, maar geen haar op mijn hoofd dat er aan dacht om rapper te worden, of m’n geld te verdienen in de muzieksector. Wist je dat ik mijn eerste tekst pas op mijn 21ste heb geschreven? Ik ben een echte laatbloeier. Ik heb het volwassen leven maar heel geleidelijk omarmd. Jarenlang stak ik vooral mijn tijd in gamen en skaten.”

Hoe is dan toch die ommekeer gekomen?

“De interesse in hiphop- en rapmuziek was altijd al aanwezig. Als kind was ik constant in de weer met het maken van cassettebandjes met mijn favoriete nummers. Mijn tweelingbroer Robbie is zelfs lang dj geweest en produceerde ook veel muziek. Dus het kwam niet helemaal uit de lucht vallen dat ik deze professionele weg insloeg. Toen ik die eerste teksten schreef, had ik de ambitie er erg goed in te worden. Dat is dus gelukt. Ik probeer eerst altijd een interessante beat te ontdekken, en daarop een tekst te schrijven. De voorbije maanden heb ik dat altijd tussen de optredens moeten doen, maar dat lukt me minder. Tussen de shows wil ik alleen maar kunnen ontspannen, en dat doe ik door te gamen. Maar nu gaat er even tijd komen om me volledig te focussen op het maken van nieuwe liedjes. Dat doen we op een heus schrijverskamp”.

Je woont in Tilburg. Kom je dan vaak in de Efteling?

“Vroeger heel vaak. Mijn vader was er aan de slag als inkoper. Dat had als voordeel dat ik een abonnement kreeg en zoveel kon komen als ik wou. Dat was natuurlijk een feest tijdens de eerste maanden, maar na een tijdje was het nieuwe er wel af. Ik vond het altijd wel fascinerend dat er zoveel nationaliteiten rondliepen, terwijl ons dorp Kaatsheuvel gewoon een erg klein dorp was.

Mijn vader moest voor zijn werk altijd een net pak met stropdas aandoen, en had altijd een aktentas bij zich. Ik was gefascineerd door die tas. Dat stond synoniem voor zaken doen. Hoewel ik iets heel anders doe, interesseerde een job in de zakenwereld me lange tijd. Uitsluitend door die aktentas.”

Je noemde je eerste zoon Goud. Ik merk ook veel gouden sieraden.

“Ja, een horloge, armband en ketting. Ik koop het enerzijds als beloning voor het harde werk, maar vooral omdat het zo mooi is. Ik ben iemand die echt van design kan genieten. Veel mensen denken dat ik het draag omdat ik een rapper ben, of gewoon protserig wil tonen wat ik bereikt heb in het leven. Maar zo zit ik niet in elkaar.”

Hoe is het om bekend en populair te zijn?

“Ik vind dat stiekem wel leuk. Maar dat komt ook omdat mensen mij appreciëren en waarderen voor een talent dat ik heb. Of dat ook druk oplegt? Nou…ik wil mezelf steeds overtreffen in creativiteit, en elke keer opnieuw iets nieuws maken. Maar je mag die druk nooit de bovenhand in je hoofd laten nemen, omdat het succes van een nummer nooit afhankelijk is van de kwaliteit van een song. Ik heb al gemerkt dat een minder goed liedje, in mijn ogen dan, toch een grotere hit blijkt te zijn. Daarom probeer ik gewoon te genieten van mijn bekendheid.”

Tom Vets / Frank Abbeloos