Bram Verbruggen

Een jaar geleden kende niemand Bram Verbruggen (32), maar nu is hij als jongste aanwinst bij het weerbericht van de VRT al een bekende naam. Ondertussen blijft hij ook voor Defensie werken. Hij is er aan de slag als protocolofficier. Daarvoor was hij militair weervoorspeller. “In die hoedanigheid was ik ooit vier maanden op missie in Afghanistan. Ik zou het opnieuw doen, maar dan bij voorkeur ergens in Afrika.”

Is er veel veranderd sinds je bekend werd?
Bram: “Ik had er rekening mee gehouden dat mensen me voortaan zouden herkennen. Maar ik had niet kunnen voorspellen dat ik ook onmiddellijk vragen zou krijgen om spreekbeurten te geven over het weer en ons klimaat. Ik zeg niet altijd toe, want anders zou het te druk worden. Vergeet niet dat ik het weerbericht combineer met een voltijdse job. Avonden en weekends zijn niet heilig, maar wel zalig. Onlangs kwam zelfs de vraag om een muziekconcert te presenteren van een harmonie die nummers gaat spelen met het weer als thema. Dat vond ik wel een leuke vraag.”

Welke reacties kreeg je sinds je weerdebuut?
“Zeer uiteenlopende. De meeste waren erg positief, maar niet allemaal. Sommige mensen lieten weten dat ze niet begrepen waarom we nog investeren in een weerbericht. Tegenwoordig is het weer op elke telefoon te raadplegen. Maar er waren ook persoonlijke kritieken. Zo zouden mijn benen te ver uit elkaar staan tijdens het presenteren. (lacht) Of kijkers laten weten dat bepaalde zinsconstructies niet klopten. Mensen letten echt wel op wat ik doe. Ook Sabine en Frank, die de eerste maanden nog over mijn schouder meekijken, corrigeren me soms. Zo zeg ik altijd ‘5 à 7 graden’, terwijl het eigenlijk ‘5 tot 7 graden’ moet zijn.”

Vooraleer je voor de leeuwen werd gegooid, kreeg je een uitgebreid opleidingstraject. Uit wat bestond dat?
“Voornamelijk uit logopedie. Daar ben ik nog steeds mee bezig. Pas als je je daarin laat coachen, merk je dat je onbewust enkele dialectische klanken uitspreekt. Verder heb ik met Frank en Sabine op de weerbabbels geoefend, en Geena Lisa geeft media- en cameratraining.”

Is je passie voor het weer bij Defensie ontstaan?
“Dat klopt. Ik kwam voor het eerst in   contact met Defensie tijdens de jongerenstages. Tijdens de theoretische opleiding kregen we les over meteorologie. Ik vond dat ontzettend boeiend. Toen is de interesse voor het weer beginnen op te borrelen. Ik had als kind geen weerstation in de tuin staan. De droom om de opvolger van Frank Deboosere te worden was er toen zeker nog niet.
Aanvankelijk had ik het plan om gevechtspiloot te worden. Ik vloog immers graag. Ik heb aan alle toelatingsproeven meegedaan en was geslaagd. Behalve op de medische test. Mijn Body Mass Index was niet in orde. Ik was te groot of te mager. Toch besliste ik om naar de militaire school te gaan, en deed een tweede keer mee. Maar toen bleek dat ik twee lage tonen niet hoorde door otosclerose, een erfelijke aandoening. Toen kon ik een kruis maken over de pilotendroom.”

Wist je dat je minder goed hoorde?
“Ja, maar het hinderde me niet al te erg. Vorig jaar ben ik eraan geopereerd, en nu hoor ik beter. Ik ben net op tijd behandeld in het UZA, want anders had ik een hoorapparaat moeten dragen.”

Zou je Defensie opgeven om fulltime weerman te worden?
“Toch zeker niet meteen. Daarvoor doe ik beide jobs te graag. Mijn intentie is om ze zo lang mogelijk te combineren. Ik denk dat veel zal afhangen van het moment waarop Frank Deboosere op pensioen gaat. Dat is over vier, vijf jaar.”

In 2013 was je ruim vier maanden op missie in Afghanistan. Hoe was dat?
“Voor elke militair is zoiets toch het summum. Militairen trainen lang om uiteindelijk effectief een missie uit te voeren. Voor mij ligt dat uiteraard anders, omdat het werk dat ik er deed in het verlengde lag van mijn job in België. We opereerden vanuit Kandahar, het militaire vliegveld in het zuiden van het land. Toen was Kandahar de drukste luchthaven ter wereld, zelfs drukker dan JFK of Heathrow. Er liepen tienduizend militairen rond, waarvan een honderdtal Belgen. Ik zat als enige Belg tussen allemaal Amerikanen op het hoofdkwartier, maar ik was de enige die er uitsluitend als weervoorspeller voor de NAVO aan de slag was. Dat maakte dat ik dagelijks ook enkele belangrijke briefings moest geven. Ik werkte er zeven dagen op zeven, met shiften van middernacht tot de middag. Een rustdag was er niet. Maar door altijd bezig te zijn, was er minder tijd om heimwee te krijgen.”

Klopt het clichébeeld dat mensen hebben van Defensie?
“Defensie veranderde de afgelopen jaren enorm. Het is echt een modern, professioneel bedrijf geworden. Haast elke militair is een specialist geworden in een bepaalde discipline of vakgebied. En dat gaat niet over camouflagetechnieken. (lacht) Nee, de tijd dat er types zoals Xavier Waterslaeghers rondliepen ligt ver achter ons. Ik kan ook zeggen dat een job bij Defensie positief heeft bijgedragen tot het vormen van mijn karakter. Vroeger was ik nogal timide, erg stil. Niet dat ik nu extreem extravert ben, maar ik heb wel meer zelfvertrouwen gekweekt.”

Tom Vets / Frank Abbeloos