Aster Nzeyimana

Zijn tv-debuut was er eentje als kandidaat in De Canvascrack, maar u kent Aster Nzeyimana (23) vooral als anker van het sportjournaal. Of als stem op jongerenzender MNM. “Als men mij een contract zou aanbieden om de rest van mijn leven bij de VRT te werken, zou ik niet aarzelen. Qua werk ben ik met mijn gat in de boter gevallen. Ik nam zelfs anderhalf jaar geen vakantie omdat ik het zo graag doe.”

Jij lijkt me steeds ongelooflijk kalm als je het sportnieuws leest. Of vergis ik me?

Aster: “Bedankt voor het compliment, maar zeker in de beginperiode was ik toch niet volledig op mijn gemak. Je moet eens naar archiefbeelden kijken en zien hoe verkrampt ik aan die desk zit en in de camera kijk. Al kon ik het inderdaad goed verbergen. Het is mijn droom om stilaan een eigen stijl te creëren. Ik zou op een even kalme manier als collega’s Wim De Vilder of Ruben Van Gucht willen presenteren. Ik ben nog steeds erg geconcentreerd voor de camera, maar het ongezonde deel met stress is al ingeruild voor meer flair in de presentatie.”

Is je leven veranderd sinds je op het scherm komt?

“Ik ben plots veel bekender geworden, maar het is maar Vlaanderen hoor. Zelfs in Brussel valt die herkenning al grotendeels weg. Ik heb nog steeds dezelfde hobby’s en ga graag weg met vrienden. Alleen weet ik nu dat alles wat ik doe, in de boekjes kan staan. Zoals mijn passage voor de VTM-camera op Tomorrowland. (Aster stak zijn duim naar beneden, wat een klein relletje opleverde in de media, red.) Wel opvallend is dat veel mensen van mijn generatie me aanspreken. Terwijl men steeds zegt dat de jeugd geen televisie meer kijkt.”

Je bent modebewust. Kan je eender wat dragen als sportanker?

“Toch niet. Eén van mijn favorietjes is een T-shirt met tijgerprint omdat het mooi past bij de kleur van mijn ogen. Maar mocht ik daarmee op het scherm komen, zouden kijkers niet meer luisteren naar de boodschap. Zulke T-shirts draag ik enkel privé. Alles wat ik koop leg ik voor aan de stylist van de VRT die zijn goedkeuring geeft. Ik hou ervan me mooi te kleden. Maar tegenwoordig doen haast alle mannen dat. Alle jonge mensen zijn bezig met hun uiterlijk.”

Was radio of televisie jouw eerste grote liefde?

“Geen van beiden. Ik had vooral een zwak voor sport, en dan voetbal in het bijzonder.  Ik voetbalde enkele jaren geleden in tweede klasse en dat slorpte veel tijd op. Over media had ik nog niet nagedacht. Tijdens mijn studies rechten vertelde een assistent na één van mijn pleidooien dat ik iets met mijn stem moest doen. Zo belandde ik bij de Gentse studentenradio Urgent, waar ik besefte dat ik ook iets in de media met sport kon doen. Een stemtest bij de VRT draaide positief uit en ik ben taalvaardig. Zo kwam ik bij MNM, en later Het Journaal terecht. In de eerste twee jaar maakte ik bewust veel vlieguren. Vooral de nachtelijke uitzendingen tijdens de Olympische Spelen in 2016 waren een flinke leerschool. Ik was immers een voetballer, en het was een uitdaging om ook over andere sporten veel te weten. Schoonspringen, beachvolleybal, turnen… begin er maar aan als je niets of niemand kent. Ik heb toen geen dag vakantie genomen.”

Je mocht vanwege je job zelfs op stage bij de BBC. Hoe was dat?

“Dat moet zowat het zotste moment uit mijn leven zijn geweest. Als zevenjarige keek ik al naar het legendarische Match of the Day met Gary Lineker op de BBC. Nu mocht ik hem een hand geven, en de uitzending volgen aan zijn zijde. Wow! Ik heb er geconstateerd dat we bij de VRT best goed bezig zijn. De BBC heeft weliswaar meer geld en middelen, maar wij beschikken over dezelfde knowhow en talent.”

Was de eerste werkdag op de VRT de mooiste dag uit je leven?

“Vooral de spannendste. Ik denk er niet zo graag aan terug, omdat ik op dat moment weinig kon genieten. Ik herinner me nog dat ik aan die stemtest had meegedaan, en wat later aan het bureau van Peter Van de Veire en Eva Daeleman op de redactie van MNM stond. Ik stond aan de grond genageld. Wat zouden die van me denken? Elk woord dat ik zei werd gewikt en gewogen, want ik wou niet als een debiel overkomen. Als er nu zo’n jonge gast aan mijn bureau zou staan in dezelfde situatie, zal ik daar nooit mee lachen.”

Klopt het dat je tot je twaalfde een andere achternaam had?

“Ik heb een Belgische moeder en een Burundese vader. Hij kwam echter pas op mijn twaalfde naar België. Tot het moment dat ik naar de middelbare school moest, ging ik door het leven als Aster Schepens. Omdat het in Vlaanderen meer de traditie is dat een kind de achternaam van de papa draagt, is dat bij zijn komst aangepast. Ik vond Nzeyimana ook beter kloppen bij mij.”

Hoe zie je de toekomst?

“Ik heb een enorme interesse in voetbal. Mijn toekomst ligt als sportjournalist echt wel daar. Ik wil dus dat voetbal als visitekaartje kunnen uitspelen. Je hebt op de VRT mensen rondlopen die veel over wielrennen weten, anderen zijn meer all-round. Maar sportjournalisten die enkel op voetbal focussen zijn eerder zeldzaam. Van voetbalcollega’s als Peter Vanden Bempt, Frank Raes en zelfs Tom Boudeweel bij de radio leer ik veel.”

Tom Vets / Frank Abbeloos