“Het gras is niet groener aan de andere kant”

Het vrolijke energiebommetje Anke Buckinx (36) verhuisde midden augustus van radiostudio. Ze nam afscheid van haar vertrouwde Qmusic en schoof letterlijk enkele meters op naar de studio van het vernieuwde Joe fm om daar samen met Sven Ornelis de ochtenshow te presenteren. Letterlijk een kleine stap dus, maar figuurlijk een grote sprong voor de Hasseltse. “Want iedereen die bezeten is door radio droomt ervan om de ochtendshow te mogen presenteren,” aldus Anke Buckinx.

Verschillende, oudere Q-dj’s gingen je al voor richting Joe fm. Word je zelf, met je overstap naar Joe fm, dan ook wat meer volwassen?

Anke: “Toen ze me vroegen, dacht ik eerst wel: nu al? (lacht) Maar ik kan me helemaal vinden in het vernieuwde Joe. De zender is er voor de frisse veertiger. Mensen die op een leeftijd zijn gekomen waarop ze goed weten wat ze willen. Mensen die ervan willen profiteren en die beseffen dat de wereld nog aan hun voeten ligt. Ik heb wel even moeten nadenken over het voorstel om de ochtend op Joe fm te presenteren, want ik zat nog heel goed bij Qmusic. Je hoort soms dat mensen op hun job uitgekeken zijn, maar dat was bij mij totaal niet het geval. Q was mijn lief. Daarmee kan je het vergelijken. Alsof ik bij hem weg moest, naar een andere jongen toe. Maar het aanbod om zo’n ochtendshow te presenteren is natuurlijk de droom van iedereen die bezeten is door radio. En dan nog met Sven aan mijn zijde, de koning van de ochtendshows… Tja, daar moest ik eigenlijk niet over twijfelen.”

 

Sven en jij presenteren de show volledig samen. Het is niet zo dat er iemand sidekick is?

“Ik ben al blij dat je je vraag zo formuleert. Iedereen gaat er maar vanuit dat ik de sidekick zou zijn omdat ik een meisje ben. We maken het programma volledig samen, naast elkaar. En Sven en ik, dat levert vuurwerk op. Wij verschillen zowat in alles. We hebben ook elk onze stokpaardjes. Bij Sven is dat de actualiteit. Hij zal de eerste zijn om daar op sociale media zijn mening over te geven. Ik zal dat eerder doen als me iets gênants is overkomen. Ik ga voor de herkenbaarheid.” (lacht)

 

Zie je het zitten om elke ochtend vanaf 6 uur enthousiast achter de microfoon te staan?

“Ik ben een ochtendmens. Eigenlijk heb ik een avondhumeur. (glimlacht) Het is nu ook niet zo dat ik superblij ben wanneer om halfvier mijn wekker gaat, maar wanneer ik na een uurtje wakker worden in de auto op de redactie aankom en meteen in het werk kan vliegen… Daar krijg ik een adrenalinerush van.”

 

Je zit dus na al die jaren nog vol adrenaline wanneer je on air gaat?

“Oh ja, na al die tijd nog steeds. Ik ben ook nog altijd doodzenuwachtig. Elke keer vraag ik me af of ik het nog wel kan. Wanneer ik een fout maak, dan word ik ook super kwaad op mezelf. En dan is de uitzending nog maar half en moet ik nog een uur presenteren. (lacht) Ja, ik ben heel streng voor mezelf en dat is niet altijd even goed.”

 

Je komt nochtans enorm vrolijk en positief over.

“Soms zeggen mensen dat ik iets super enthousiast vertel, terwijl ik in mijn ogen mijn ‘normale stem’ gebruik. (lacht) Ik heb iets natuurlijk vrolijks over mij, ja. Toch heb ik ook een piekerkant. Maar daar kom ik ook open voor uit. Laat ons zeggen dat ik gewoon een open boek ben. Op de radio ben ik ook zo. Ik knap af op radio dj’s die niet echt zijn, die op een generische manier hun plaatjes aan- en afkondigen. Dan heb ik liever dat mensen je leuk of net niet leuk vinden, maar dat je wel duidelijk ergens voor staat.”

 

Je bent intussen anderhalf jaar mama van Lou. Wat heb je geleerd van het moederschap?

“Als je met twee in een relatie zit en je wilt spontaan ‘s avonds naar de cinema gaan, dan doe je dat gewoon. Met een kind gebeuren zo’n lastminute uitstapjes niet meer. Maar voor een klein mensje verantwoordelijk zijn, geeft een heel fijn gevoel. Het draait niet meer rond jou en dat is een verademing. Jij bent niet meer het belangrijkste element in je leven, je kind is dat. Wanneer je dan een baaldag achter de rug hebt en je komt thuis, gaat dat slechte gevoel sneller weg. Want je wilt je kind niet opzadelen met een vervelende, vermoeide mama. Je kan zoveel beter relativeren. En dat helpt dus ook op werkvlak: vroeger werd ik bijna misselijk van een slechte radiouitzending. Nu ben ik gelukkig wanneer mijn kind gelukkig is. Lou die lacht, dat is het allerbelangrijkste.”

 

Het valt me op dat je je Limburgse tongval tijdens ons gesprek niet verstopt. Je hebt ook even in Antwerpen gewoond, maar je zei daar niet te kunnen aarden en bent vervolgens teruggekeerd naar je roots.

“Ik heb eens geprobeerd om altijd te spreken zoals ik op de radio praat. Met de rollende r. Maar dat voelde zo onnatuurlijk aan, dat ik er maar mee gestopt ben (lacht). Ik ben ooit in Antwerpen gaan wonen, ja. Ik wilde toen graag van nul wilde beginnen. Ik zat met onverwerkt verdriet na het overlijden van mijn broer en had gebroken met mijn lief. Maar na drie maanden dacht ik: ‘Wat heb ik gedaan?’. Antwerpen leek me een hippe stad. Maar dan zit je daar in een coole koffiebar en niemand zegt iets tegen je. Mijn vrienden en familie wonen allemaal in Limburg. Dus dan ben ik terug naar Hasselt verhuisd, zijn mijn lief en ik weer naar elkaar toegegroeid en even later was ik zwanger. Ineens ging alles heel snel. En nu weet ik: het gras is niet groener aan de overkant (glimlacht).”

Tekst: Shana Meeus / Foto’s: Frank Abbeloos